Beste vrienden,
Vandaag gaan we op weg naar Reykjavik, en onderweg doen we nog wat IJslandse attracties aan. De Kerið (vaas) is een vulkaankrater uit het boekje: mooi rond, met hoge randen en een meertje van binnen. We maken een mooie wandeling: boven langs de rand, en dan in de diepte het meertje rond. De krater is drieduizend jaar oud en maakt deel uit van Tjarnarhólar, een complex van kraters.
Krýsuvik is een geothermisch gebied waar borrelende kokendhete modderpoelen te zien zijn (en te ruiken), en met dramatische uitzichten.
Van Krýsuvik is het niet ver meer naar Reykjavik. De TomTom waarschuwt voor een onverharde weg van 35 kilometer, maar het blijkt inmiddels allemaal asfalt te zijn geworden. We hebben nog een navigatie aan boord, die van de Dacia, maar de software is ontwikkeld door Fransen, en derhalve vrijwel onbruikbaar. Wel leuk is dat je de stem met een vet Australisch accent kan instellen.
Reykajavik is qua inwonertal een bescheiden stad, maar beslaat een onevenredig groot areaal. Dat komt door het ontbreken van hoogbouw, want de grond is niet schaars. Het centrum van Reykjavik bestaat voor een groot gedeelte uit souvenirwinkels, eetgelegenheden van allerlei snit en tattoo shops. Dat was voor mij een lichte teleurstelling. Het is allemaal niet veel anders als in een toeristenstad als Amsterdam.
De architectuur van de bebouwing - oud en nieuw - is onbeduidend. Rond het centrum is er wel wat hoogbouw: voornamelijk hotels voor de myriaden toeristen die hier één of twee dagen verblijven alvorens het vliegtuig naar huis te nemen.
De Evangelistisch-Lutherse kathedraal (de Hallgrímskirkja) evenwel is mooi van simpele eenvoud. En de torentop lijkt een beetje op die van het iconische Chryslser Building in New York.
De facade is geïnspireerd op de basaltkolommen die overal in IJsland voorkomen, en het interieur straalt een serene devotie uit.
Voor de Hallgrímskirkja staat een standbeeld van Leifr Eriksson, ontdekker van Amerika, eeuwen voor Columbus en eeuwen voor Americo Vespucci, aan wie de naam Amerika is ontleend.
Het standbeeld is een geschenk van de USA aan het IJslandse volk. IJslandse families hebben geen vaste achternamen, zonen krijgen de naam van de vader met als achtervoegsel -sson, en dochters krijgen -sdottir. Dat gebruik hebben wij zelf allang niet meer. Ik heet wel Goossens van achter, maar mijn vader heet geen Goozewijn. De vader van Leif(r) heette Erik, en die ontdekte Groenland. Waar de USA nu weer aanspraak op maakt. Ingewikkeld allemaal.
Het keramieken hondje Gromit van Wallace & Gromit zou ik nog wel mee willen nemen als souvenir.















En weer een leuk dagverslag dat ik met veel genoegen heb gelezen. Die onnodig kwetsende opmerking over onze prachtige hoofdstad is je vergeven.
BeantwoordenVerwijderen