Beste vrienden,
Op deze mooie Pinksterdag hebben we weer een paar leuke bezienswaardigheden in de aanbieding. Vlakbij het hotel zitten veel vogels waaronder deze snipachtige.
Nabij het plaatsje Kirkjubæjarklaustur (Kirkju = kerk, Bæjar = boerderij, Klaustur = klooster) bevindt zich de Fjaðrárgljúfur kloof. Hier heeft een riviertje zich door het zachte lavagesteente gevreten met als resultaat een kleine maar spectaculaire canyon. De uitkijkpunten zijn goed beveiligd, maar niet geschikt voor mensen met hoogtevrees. Het is er evenwel prettig wandelen.
In het Zuiden van IJsland heb je uitgestrekte vlakten die zo plat als een pannekoek zijn. Sommige stukken bestaan uit lavavelden die gevormd zijn door erupties in de achttiende eeuw. Ze zijn bedekt met dikke lagen mos. Dit mos is erg fragiel, rn als je er op gaat lopen, duurt het decennia voordat je voetstappen niet meer te zien zijn. Kijken dus met je ogen en niet met je voeten.
Het plaatsje Vík y Mýrdal is het meest zuidelijke van IJsland en heeft een flinke supermarkt waar we de lunch voor vandaag inslaan: voorverpakte maar verse sandwiches. De zelfscankassa heeft geen uitgangpoortjes, maar dat zal de komende jaren wel veranderen. Bij het zwarte strand (zand van lava) smikkelen we de boterhammen op en bewonderen we de hoge rotsen, waar honderden meeuwen nestelen. Hun geroezemoes doet gezellig aan, een beetje als de zaal van Carré vlak voor de voorstelling. De architectuur van de kerk is typisch IJslands: rood golfplaten dak, witte muren en geen tierlantijnen.
Bij Reynisdrangar is weer een zwart strand en basaltkolommen, maar de gehoopte puffins laten zich slechts vanuit de verre verte bewonderen: ze zijn aan het vissen. We zijn alweer flink op weg naar Reykjavik, maar logeren vannacht in Reykholt (Reyk = rook, javik = baai, holt is heuvel).











Geen opmerkingen:
Een reactie posten